Het Nederlandse onderwijs kent een grote verscheidenheid aan verschijningsvormen. Een aantal daarvan heeft te maken met verscheidenheid in het denken van mensen en de denominaties, waartoe zij behoren. Waar vroeger scherp kon worden onderscheiden tussen bijvoorbeeld katholieke, protestants-christelijke en openbare scholen, zie je daar grenzen vervagen. Wat dan weer niet geldt voor de scholen, die hun grondslag vinden in bijvoorbeeld het bevindelijk-gereformeerde of het antroposofische denken.
Voorbij de formules
Wat als de ware uitdaging van mijn wiskundeonderwijs niet ligt in het evidence-informed aanleren van de afstandsformule, maar in het ontrafelen van mijn rol in de vorming van gezonde, gegronde en verbonden mensen? Aan de andere kant: is het wel zo vanzelfsprekend dat onderwijs gericht moet zijn op de unieke zelfontplooiing en autonomie van individuen? Verliezen we daarmee niet de essentie van wat het betekent om mens te zijn uit het oog? Peter Hoogendijk neemt u in deze bijdrage mee in zijn zoektocht naar antwoorden op deze vragen en de essentie van het onderwijs.


