De laatste jaren is er een toenemende tendens te bespeuren van kritiek op het rekenonderwijs van de afgelopen jaren en met name de onderliggende uitgangspunten die het Realistisch Rekenen kenmerken. En wellicht het meest gehoorde argument om stevig te ageren tegen het Realistisch Rekenen – en vooral de didactische- en leerpsychologische uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen – is dat de rekenprestaties de afgelopen jaren tanende zijn. Er wordt daarbij verwezen naar onder andere de PISA-onderzoeken en de TIMMS- onderzoeken. De oorzaak voor deze achteruitgang in rekenprestaties wordt dan vaak eenduidig geweten aan het Realistisch Rekenen, vergezeld met een – mijns inziens – ongenuanceerd credo: “Ze kunnen niet meer automatiseren, ze leren door het Realistisch Rekenen niet meer rekenen”. Hoe reëel is het om Realistisch Rekenen hiervan ‘de schuld’ te geven en hoe realistisch zijn de geboden alternatieven?
Rekenen-wiskunde in een ISK-klas: intercultureel en cultureel
Met wat voor soort rekenen-wiskunde ISK-leerlingen het meest gebaat zijn is een complexe vraag. En wat daarvan haalbaar is in de immense diversiteit in het ISK-onderwijs maakt die vraag nog complexer. Het omgaan met die complexiteit is de dagelijkse praktijk voor docenten die reken-wiskunde geven aan ISK-leerlingen. Dat verdient een groot respect. Vooral omdat het ook vaak gaat om kwetsbare leerlingen. Naast eten, onderdak en veiligheid, is onderwijs toch het allerbelangrijkste dat je kinderen kunt bieden. Het is voor hun ontwikkeling en verdere leven essentieel.
Als inspiratie voor het vormgeven van passend reken-wiskundeonderwijs laat de auteur enkele ontwikkelingen in het reken-wiskundeonderwijs de revue passeren, en ook uitgebreider staat hij stil bij de verschillende rollen die taal speelt in het huidige reken-wiskundeonderwijs.