De laatste jaren is er een toenemende tendens te bespeuren van kritiek op het rekenonderwijs van de afgelopen jaren en met name de onderliggende uitgangspunten die het Realistisch Rekenen kenmerken. En wellicht het meest gehoorde argument om stevig te ageren tegen het Realistisch Rekenen – en vooral de didactische- en leerpsychologische uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen – is dat de rekenprestaties de afgelopen jaren tanende zijn. Er wordt daarbij verwezen naar onder andere de PISA-onderzoeken en de TIMMS- onderzoeken. De oorzaak voor deze achteruitgang in rekenprestaties wordt dan vaak eenduidig geweten aan het Realistisch Rekenen, vergezeld met een – mijns inziens – ongenuanceerd credo: “Ze kunnen niet meer automatiseren, ze leren door het Realistisch Rekenen niet meer rekenen”. Hoe reëel is het om Realistisch Rekenen hiervan ‘de schuld’ te geven en hoe realistisch zijn de geboden alternatieven?
Wat doe je wanneer leerlingen last hebben van faalangst?
In deze bijdrage treft de lezer enkele handreikingen aan om faalangst bij leerlingen te voorkomen, te signaleren en aan te pakken als nodig. Het artikel is bedoeld voor mentoren, zorgcoördinatoren en docenten in het vo en mbo. De auteur baseert zich in dit artikel voor een deel op de inhoud van een publicatie die hij schreef met de titel ‘Omgaan met faalangst op school’. Uitgegeven door Instondo in 2020.