Rekenen-wiskunde is van deze tijd en of het realistisch is hangt af van de inhoud van de opgaven. Realistisch is dat zoveel mogelijk leerlingen het gewenste niveau, horend bij het schooltype dat zij volgen, behalen. Vooral voor veel leerlingen, die praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo-basisberoepsgerichte of vmbo-kaderberoepsgerichte leerweg volgen, geldt dat zij onvoldoende profiteren van een banende (zelfontdekkende) instructiewijze, maar meer gebaat zullen zijn bij een sturende instructievorm en het leren gebruiken van vuistregels (Van Luit, 2023).
Hoe (on)realistisch is de discussie rondom het Realistisch Rekenen?
De laatste jaren is er een toenemende tendens te bespeuren van kritiek op het rekenonderwijs van de afgelopen jaren en met name de onderliggende uitgangspunten die het Realistisch Rekenen kenmerken. En wellicht het meest gehoorde argument om stevig te ageren tegen het Realistisch Rekenen – en vooral de didactische- en leerpsychologische uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen – is dat de rekenprestaties de afgelopen jaren tanende zijn. Er wordt daarbij verwezen naar onder andere de PISA-onderzoeken en de TIMMS- onderzoeken. De oorzaak voor deze achteruitgang in rekenprestaties wordt dan vaak eenduidig geweten aan het Realistisch Rekenen, vergezeld met een – mijns inziens – ongenuanceerd credo: “Ze kunnen niet meer automatiseren, ze leren door het Realistisch Rekenen niet meer rekenen”. Hoe reëel is het om Realistisch Rekenen hiervan ‘de schuld’ te geven en hoe realistisch zijn de geboden alternatieven?